Blog – Je innerlijke kind ademt nog steeds mee

Ingediend door Manon Neilen op

En wacht tot jij weer leert luisteren

Misschien herken je het dat je lichaam nooit echt tot rust komt.
Zelfs als alles stil is om je heen, blijft er vanbinnen iets bewegen. Er is een onrust, een spanning die moeilijk te plaatsen is. Alsof je systeem altijd “aan” staat, niet omdat je dat wil, maar omdat je lichaam niet anders meer lijkt te kunnen.

Je lichaam draagt wat jij niet kon verwerken. Wat we vaak trauma noemen, zijn niet alleen de grote gebeurtenissen, maar juist ook de kleine momenten die zich blijven herhalen en ongemerkt hun sporen nalaten.

Het zijn momenten waarin je je buitengesloten voelde, waarin je er wel was, maar niet echt werd meegenomen of gezien. Momenten waarin je iets wilde zeggen, je mening wilde delen, maar te horen kreeg dat je stil moest zijn of dat jouw stem er niet toe deed. Dat je “je niet moest moeien met de grote mensen” en leerde dat luisteren belangrijker was dan voelen wat er in jou leefde.

Het zijn ook momenten waarin je verdriet had, maar waarin er gezegd werd dat je je niet zo moest aanstellen, dat het allemaal wel meeviel, waardoor je leerde om je gevoelens naar binnen te keren. Misschien waren er momenten waarin jouw gevoeligheid te veel leek, of waarin er geen ruimte was voor hoe jij de wereld ervaarde, waardoor je jezelf stukje bij beetje begon aan te passen.

Blog – Innerlijk kind ademt mee


Het zijn ook momenten waarin je verdriet had, maar waarin er gezegd werd dat je je niet zo moest aanstellen, dat het allemaal wel meeviel, waardoor je leerde om je gevoelens naar binnen te keren. Misschien waren er momenten waarin jouw gevoeligheid te veel leek, of waarin er geen ruimte was voor hoe jij de wereld ervaarde, waardoor je jezelf stukje bij beetje begon aan te passen.

Er kunnen ook momenten zijn geweest waarin je je best deed, maar het nooit helemaal goed leek te zijn, waardoor je ging geloven dat je harder moest werken om gezien of goedgekeurd te worden. Of momenten waarin er spanning hing in huis, zonder dat er iets werd uitgesproken, terwijl jij als kind die spanning wel voelde, maar er geen woorden aan kon geven.

Misschien heb je geleerd om je aan te passen om de sfeer goed te houden, om geen last te zijn of om erbij te horen, zonder dat je echt kon zijn wie je was.

Het zijn geen grote, opvallende gebeurtenissen, maar juist deze kleine momenten zorgen ervoor dat je lichaam iets heeft gevoeld wat niet kon worden geuit, niet kon worden afgemaakt en dus is blijven hangen. Niet in je hoofd, maar in je lichaam. Als spanning. Als een adem die zich inhoudt. Als een zenuwstelsel dat alert blijft, zelfs wanneer het niet meer nodig is.

Dat gevoel van altijd “aan” staan is geen zwakte, maar een herinnering van vroeger. Het is je lichaam dat zich iets herinnert wat jij misschien al lang vergeten bent. Een innerlijk kind dat ooit geleerd heeft dat het moest opletten, zich moest aanpassen en vooral moest doorgaan.

Maar onder die laag zit vaak nog veel meer. Boosheid die geen plek kreeg, verdriet dat werd ingeslikt, verwarring en onrust, en een diep verlangen om gezien en gevoeld te worden. En zolang dat stuk zich niet veilig voelt, blijft je systeem alert en blijft het zoeken, controleren en vasthouden, niet om je tegen te werken, maar om je te beschermen.

Trauma zit niet alleen in het verhaal, maar in wat vastzit in je lichaam. Wat niet gevoeld kon worden, wordt opgeslagen in je spieren, in je adem, in je kaken en in je zenuwstelsel. Het is als een bevroren beweging, energie die ooit in actie wilde komen maar geen ruimte kreeg. Daarom is praten alleen vaak niet voldoende. Je kunt begrijpen waar het vandaan komt, maar je lichaam leeft nog steeds in die spanning.

Je adem kan daarin een ingang zijn. Geen trucje, maar een brug tussen wat je voelt en wat je misschien nog niet durft toe te laten. Wanneer je bewust gaat ademen, begint je lichaam langzaam te verzachten en krijgen lagen die lang vast zaten ruimte om te bewegen. Soms subtiel en soms intens.

Emoties die geen plek kregen, komen naar boven. Verdriet dat gevoeld wil worden, boosheid die eindelijk ruimte krijgt en een diepe vermoeidheid van al dat dragen. Niet omdat je iets oplost, maar omdat je lichaam eindelijk krijgt wat het toen nodig had: ruimte, veiligheid en beweging.

Dat vraagt zachtheid, want je innerlijke kind wil niet dat je het oplost, maar dat je blijft. Dat je leert luisteren zonder het weg te duwen. Dat je aanwezig bent bij wat het voelt. Dat je jezelf geeft wat je toen misschien gemist hebt: veiligheid, geduld, zachtheid en ruimte om te voelen. Jij bent degene die nu die bedding kan bieden.

En soms betekent dat niet alleen het doorvoelen van wat zwaar is, maar ook langzaam weer openen voor lichtheid. Voor speelsheid, voor plezier, voor gewoon even niets moeten. Voor het kind in jou dat niet alleen wil helen, maar ook weer wil leven en genieten.

Misschien is dit jouw moment om te vertragen. Niet om alles ineens los te laten, maar om te beginnen met één ademhaling en één moment van bewustzijn. Om te voelen wat er in jou leeft. Wat je lichaam nog vasthoudt. En of je bereid bent om daar zachtjes bij te blijven.

Je lichaam is niet tegen je. Het wacht alleen tot jij weer leert luisteren. 

Ik geef je een zachte uitnodiging. Voel je dat dit iets in jou raakt, dan nodig ik je uit om daar niet van weg te gaan, maar er zachtjes bij te blijven.

In mijn ademwerk creëer ik een veilige bedding waarin jouw lichaam op zijn eigen tempo mag openen, voelen en loslaten. Zonder moeten. Zonder prestatiedruk. Alleen ruimte om te ademen… en stap voor stap weer thuis te komen in jezelf.

Tijdens de training Adem naar Verbinding werken we op deze laag. Niet alleen met inzicht, maar met het lichaam. Zodat wat je al zo lang begrijpt, ook werkelijk kan verzachten en veranderen.

Je hoeft het niet alleen te doen.

Liefs, Manon Neilen